maandag 26 maart 2012

Carolien Coerts. Waar je mee omgaat, word je mee besmet


Waar je mee omgaat, word je mee besmet
door Carolien Coerts

Dit is het zoveelste jaarlijkse vriendinnenweekend waar ik er weer achteraan sukkel. Mijn twee slanke, energieke vriendinnen rennen met het ene na het andere kledingstuk de pashokjes in en uit. Om de minuut springt er één naar buiten om parmantig voor de spiegel te draaien. ”Ja, zal ik deze nemen? Vond je die andere niet toch leuker? Hij is wel duur hè? Ach, ik heb het prijskaartje van dat beeldige jasje van vorig jaar ook direct weggemoffeld. Weet je wat, ik doe het gewoon.”  “Jazeker, hij staat je echt ééénig!”.
Zonder verwachting glijdt mijn blik langs de vele kledingrekken. Af en toe trek ik er voor de vorm een kledingstuk uit. Een broek is in elk geval kansloos. Achterin de winkel gloort er hoop; een ruime hoeveelheid bovenkleding ligt uitgestald op tafel. Routinematig scan ik de labels van elk exemplaar tot ik inderdaad op maat XXL  stuit. Een joggingvest, dat wel, maar in mooi warm oranje. Dat die kleur een herfsttype als ik prachtig staat heb ik ontdekt tijdens een kleurenanalyse. Dit was twintig jaar geleden en ik minstens zoveel kilo lichter. Snel en onopvallend schiet ik het vest aan, waarna ik een vluchtige blik in de spiegel werp. Ineens staat één vriendin naast me. ”Tsja, ik weet het niet” is haar aarzelende reactie “die grote zakken op de voorkant maken je niet echt slanker”. Ik was net zo blij dat ik het voorkantje überhaupt dicht kreeg, maar ze heeft weer eens gelijk. Terug op de stapel.
“Nee joh, ik heb net veel kleding gekocht”. Elk jaar heb ik wel een andere smoes om maar niet te hoeven toegeven dat kleding kopen in maat 48 een verre van gezellige bezigheid is. Sterker nog, het is geworden tot pure stress. Net als inmiddels de “voorpret” voor dit jaarlijkse weekend. Immers, na het shoppen, kletsen, languit op bed liggen nootjes eten, tijdschriften lezen, kletsen, uit eten gaan, wijn drinken, en kletsen, volgt ’s avonds het onvermeidelijke uit-de-kleren-gaan. En voordat de slaapshirts aangaan, wordt altijd eerst uitgebreid bij de lijven stilgestaan. Weken van te voren reken ik overmoedig uit hoeveel kilo ik nog kan afvallen om maar niet uit de toon te vallen bij deze “drie op een rij”.
Behalve de omvang van Billen-Benen-Buik en (sinds de bevalling, hangende) borsten, is er recentelijk een nieuw aandachtspunt bij gekomen: schaamhaar. “Jeezus, heb jij nog zo’n schapendoes tussen je benen?”, verzuchten beide dames terwijl ik me niets vermoedend concentreer op de meest voordelige positie van mijn B-B-B-gebied. Holy moly, ergens is er dus toch een echte kloof ontstaan tussen het noorden en de Randstad, waar één vriendin inmiddels woont. Maar waar heeft de ander, die nog noordelijker woont dan ik, deze wijsheid dan opgedaan? Toegegeven, ze woont in de “grote” stad, in een wijk die (met een beetje fantasie) de sfeer uitademt van Amsterdam Oud-Zuid. Waar de moderne mama’s in hun King Louis-jurkjes op UGG’s de kinderen met de bakfiets naar school begeleiden. Alleen lijkt het schoolplein me niet dé uitwisselingsplek voor de laatste schaamhaarmode.  
Ik voel de weerzin opkomen bij de gedachte dat ik zelf het scheermes ter hand moet nemen. Onder mijn bolle, inmiddels ook wat hangende en bovendien door keizersnee-gehavende buik, komt de aanblik van zo’n haarlijntje toch nooit in de buurt van dat van mijn vriendinnen met hun strakke buikjes?
Enkele weken later betrap ik mijzelf er bij elke bikinilijn-trimbeurt (dat doe ik uiteraard al jáááren) op, dat ik er stiekem toch steeds een centimetertje extra afsnoep. Tsja, waar je mee omgaat wordt je mee besmet. Nu die strakke buik nog.  

maandag 12 maart 2012

De top 25 van de Vi3Z (Verhalen in 3 Zinnen) is bekend!
Gefeliciteerd iedereen.

Bij de opening van de boekenweek op 14 maart om 17:00 uur in de Centrale Bibliotheek te Groningen, worden posters met deze top 25 uitgedeeld!


1
 ‘Ik vind prei anders een hele nette groente.’ Hij draaide de borden zo, dat zijn gehaktbal aan de rechterkant lag en de hare er precies tegenover. Ze wist toen al dat het niets zou worden met hem.
Astrid Ottes

2
Ik voel zijn ijsblauwe ogen dwars door de lens van zijn camera branden op mijn gezicht.
Speels gooi ik mijn hoofd achterover en lach mijn tanden stralend bloot.
Verwachtingsvol genietend van deze onschuldige verleiding, tot mijn tong uitdagend langs mijn bovenlip strijkt en daarbij stuit op de resten van het avondeten...verse spinazie.
Carolien Coerts

3
 "Jij bent deze keer aan de beurt" zei haar collega van de opruimingsdienst.
Ze schraapte het laatste stukje van het spoor en vond een ketting met hanger.
Voorzichtig maakte ze hem open en keek verschrikt in de ogen van haar jongere zelf...
 Sylvia Groener
4
De lucht zinderde nog na van zijn bekentenis dat het gras aan de overkant groener was. Ze schonk langzaam een glas wijn in, glimlachend.
'Gelukkig ben ik zelf ook iemands overkant.'
Astrid Ottes
5
Ze noemden hen de Punicabroertjes.
Omdat de één z'n lul tot op de bodem van een punicafles kwam, en die van de ander niet door de flesopening paste.
Ik was in die tijd meer met Grolsch beugelflessen in de weer.
Marc van der Holst

6
Beste Erna, ik zag dat u mijn man sms-jes stuurt met sexueel getinte boodschappen?
Mag ik daar namens mijn man en mijzelf hartelijk voor bedanken!
Hij is helemaal vrolijk de hele dag, doet alle huishoudelijke klusjes fluitend en loopt de hele dag te zingen, ik zeg: " doorgaan". Chantal.
Eric de Groot

7
Het waaide hard die dag, maar de zon scheen. De wiek waaraan Willem was vastgebonden zwierde rond, waarbij zijn hoofd op het laagste punt door de brandnetels vloog. Had hij maar van haar af moeten blijven. Lupko Ellen

8
Wegens scheiding huis te koop voor de halve prijs. De andere helft kunt u aan mijn ex voldoen, dat kreng. De zandbak neem ik mee na de overdracht.
Lupko Ellen

9
Het was zijn eerste dag.
's Avonds werd hij belaagd door al zijn drie celgenoten.
Hij won.
Sylvia Groener

10
’s Nachts schreef hij de mooiste zinnen. Hij kon er zelf geen touw  aan vastknopen. Nu hangt hij daar, alleen.
Kees Schrijvers

11
Groen van kroos kruipt hij de vijver uit.
Achter hem verdwijnt zijn auto met een luide kreun langzaam onder water.
Misschien had de TomTom toch réchtsaf gezegd
Jolanda Abbes 

12
Ze gooide de lucifers achteloos op de grond nadat ze de kerstboom iets dichter naar het raam had geschoven en de gordijnen dicht getrokken. Ze keek even naar haar slapende echtgenoot op de bank, trok haar jas aan, verliet het huis en sloot alle deuren van buiten af. Dit jaar had ze echte kaarsen genomen.
Astrid Ottes

13
Onvoorstelbaar schoon waste het wassende water de al vele malen gewassen kwasten voor de laatste maal gebruiksklaar. Waarna hij begon te schilderen, veeg na veeg, kwast na kwast, streep na streep. Hij verfde de vlakken, vlak na vlak, vrij van vegen en streeploos, onvoorstelbaar voorspelbaar.
Henk Landkroon

14
Het was nota bene zijn eigen idee om de toch al zeer spannende relatie nog spannender te maken door elkaar een erotisch boek voor te lezen. Hij nestelde zich, met zijn hoofd in haar schoot, op de comfortabele bank. Hoewel ze echt haar best bleef doen op een zo opwindend mogelijke intonatie, begon het haar na een minuut of tien toch wel wat te irriteren dat ze steeds harder moest praten om boven zijn gesnurk uit te komen.
Sacha Landkroon

15
Ongeveer halverwege tussen Zwolle en Amersfoort stond hij op om naar het treintoilet te gaan. Toen hij ruim voor Amersfoort terugkwam, was zijn vrouw verdwenen. Alleen haar tas, haar jas en het boek dat ze aan het lezen was, waren achtergebleven.
René Appel

16
Geruisloos werd de sleutel in het slot omgedraaid.
Tergend langzaam piepte de deur open, iiiiiiiiiiih…
Even later, bijna onhoorbaar, klikte de deur weer dicht.
Jan Sleumer

17
Het is nu de tiende keer dat Eef een afspraak heeft met haar eenenvijftig-jarige psychotherapeut Frans.
Ze doet met veel tegenzin de zware antieke deur open.
Hopelijk blijft het deze keer bij een gesprek.
Janine Spoelman

18
“De leeftijd waarop seks dwars door onze huid heen straalt hebben we volgens mij wel achter de rug”. Hij leunde achterover in de brasseriestoel die de laatste jaren te klein voor hem was geworden. Ik moest dit beeld heel gauw zien kwijt te raken.
Moniek Baars

19
Nora was bang dat ze te dik werd en at niet meer. Zus Ria kon kiezen uit vele therapeuten. Uiteindelijk viel haar keus op Magere Hein.
Michiel Boekschoten

20
Hoelang zou hij het volhouden onder water, vraagt Rene zich benauwd af.
Hij sprong van de brug, achterna gezeten door zijn Italiaanse schoonfamilie.
Het was blijkbaar geen grapje, toen ze eisten dat hij met Fiore ging trouwen.
Janine  Spoelman
21
Kleuters glijden, wippen en draaien; moeders kletsen of lezen de ochtendkrant.
Nu markeren stukken tape op de speelmatten het silhouet van een lichaam.
Op de rand van de lege schommel blinkt nat rood in de avondzon.
Janneke Heimweg
22
De man in de auto zag de afgrond dichterbij komen. Op het laatste moment dacht hij aan zijn vrouw. Hij zou snel bij haar zijn.'
Aziza Zijlstra
23
Radeloos lag Hennie Knottnerus in het doornenstruikgewas.
Hij kon zich niet meer bewegen, omdat hij bij elke poging eruit te komen ergens op zijn lijf een stukje vel, lip of haar scheurde. Om hem heen stonden diverse burgers achter een barbecue, terwijl weddenschappen werden ingezet, worsten gebraden en cola verkocht.
Karl Huisman

24
Hij geloofde in het huwelijk en wilde zijn belofte niet verbreken.
Zij nam het niet zo nauw met trouw tot in de dood.
‘Ik moest haar wel in mootjes hakken, meneer de rechter.’
Klaas Wieringa

25
Grietje was verbaasd dat ik ook nog gevoelens had. Daardoor begreep ze opeens veel meer. Ze liet het toch maar zo
Rob Engelsman

donderdag 1 maart 2012

Rutger Donker: Na Vandaag

Rutger Donker: Na Vandaag

Tim Baving - Na vandaag

Tim Baving - Na vandaag

Lucy I Bloem: Na Vandaag

Rigor mortis. Zo noemen ze dat, herinnerde Imke zich. Lijkstijfheid. Het moment waarop het lichaam niet meer slap is,  het koud wordt, en niet meer soepel meebeweegt wanneer je het van houding probeert te veranderen. Hoe lang zat ze hier nu al? Haar rug begon pijn te doen.
Het bed waar ze op zat, voelde warm en zacht, maar de muur waartegen ze leunde voegde zich niet naar haar rugwervels. Ze keek omlaag naar het gezicht van het meisje op haar schoot. Ze leek veel jonger nu, zo zonder bril. Veel jonger dan de achttien jaar die ze feitelijk was. Bleek, een beetje wasachtig. De kroezige rode krullen vielen in vormeloze plukken om haar hoofd. Ongekamd en pluizig. Alsof ze veel had liggen draaien tijdens een nacht onrustig dromen.
 “Roosje, Roosje, rozalieve Roosje,” fluisterde Imke, terwijl ze met haar vingers over de wang van het meisje streek. Ze bedacht zich hoe dit beeld van een afstand precies zou weerspiegelen wat ze voor ogen had toen ze hier kwam. Dicht bij elkaar, in stilte verbonden. Sereen. Maar het zag er anders uit dan ze zich had voorgesteld. Zelfs hier op deze slaapkamer, met het IKEA-dekbedovertrek met kleine rode bloemetjes scheef over hen beiden heengetrokken, leek het niet of het meisje sliep. Tot ongeveer een half uur geleden was haar mond steeds open gevallen en had Imke de kaak een aantal keer tevergeefs omhoog geduwd. De blik in die keel, waar geen adem, noch geluid meer uit kwam, klopte niet met het beeld in haar hoofd van slaap, van rust. Het had haar angst aangejaagd. Uiteindelijk had ze maar een knuffelbeest onder de kin geklemd, dat ze van het voeteneind had gepakt. Synthetisch pluis in chemisch roze tegen steeds kouder wordende huid.
Toen Roos was opgehouden met ademen, had Imke haar oogleden dichtgedaan met haar vingers. Net als ze in films had gezien. Eigenlijk had ze verwacht dat ze ook weer open zouden gaan en dat het gezicht van Roos dan een wat wezenloze uitdrukking over zich heen zou krijgen door halfopen ogen. Maar dat viel mee, want de ogen bleven dicht.
Door het raam aan de andere kant van de kamer zag ze dat het licht begon te worden. Ze boog zich voorover om te zien hoe laat het was. De wekker was op de grond gevallen, waardoor ze er net niet goed op kon kijken. Ze bedacht zich dat ze straks op moest passen voor glasscherven. Imke keek de kamer rond, als je twaalf vierkante meter al zo mocht noemen. Witte muren, wit plafond, overal beeldjes, plantjes. Readers van de rechtenfaculteit, de meesten nog nauwelijks ingezien. En foto’s. De wand boven het hoofdeind van het bed hing er vol mee. Roos dronken op de Keiweek, zonnend in het Noorderplantsoen, toostend naar de camera vanaf een terras op de Grote Markt. Veel te veel spullen voor zo’n kleine kamer. Over de bureaustoel lag een stapel kleding. Waarschijnlijk allemaal maar kort gedragen, dacht Imke, en weer uitgedaan om een nieuwe outfit te proberen. Ze glimlachte vaag bij die gedachte aan puberale onzekerheid. Aan de onrust op die leeftijd bij de gedachte dat alles kan gebeuren en je daar steeds onvoorbereid op voelen.

***

“Na vandaag kom ik niet meer,” zei Roos, terwijl ze demonstratief haar armen over elkaar sloeg. Haar ogen fonkelden van woede. Imke zuchtte inwendig. Ze had het al aan zien komen. Het was niet de eerste keer dat het zo ging.
“Vertel,” begon Imke. Misschien zou ze haar al pratende op andere gedachten kunnen brengen. Ze wist dat het meisje fors beschadigd was. Jaren van mishandeling en verwaarlozing hadden hun sporen achtergelaten. Roos was er gewend aan geraakt dat mensen haar uiteindelijk steeds in de steek lieten. Haar pleegouders, vrienden en vriendinnen: iedereen haakte op een gegeven moment af door de scherpe tong van het meisje, de woedebuien waarbij ze niet zelden furieus kon worden en iedereen om haar heen vervloekte, om vervolgens weer huilend excuses aan te bieden. Dan begon het smeken om niet in de steek te worden gelaten, tot de volgende bui. Haar bui van vandaag zag Imke daarom als een zich steeds herhalende poging om ook binnen de therapie de gang van zaken voorspelbaar te houden. Zodra ze daarin mee zou gaan, zich zou laten raken door haar stekelige opmerkingen, zou de geschiedenis zich herhalen en veranderde er niets.
“Wat heb ik aan jou?” brieste Roos. “Helemaal niets. Je zit hier maar een beetje in je mooie kantoortje, uurtje factuurtje, en na vijf uur trek je de deur achter je dicht. Het doet je geen reet of ik nou besta of niet.”
“Je weet dat dat niet waar is. Anders deed ik dit werk niet.”
“Fucking bullshit. Waarom doe je überhaupt dit werk? Alsof jij mijn leven beter kan maken.”
“Als het zo simpel was, dan deed ik dat. Je weet waarom je hier komt, wat ik je te bieden heb. Ik luister naar je, wat er ook is, en probeer met je mee te denken.”
“Ja, dat weet ik. Ik kan hier een uur lang praten over hoe beroerd het leven is, om vervolgens de conclusie te trekken dat er niets verandert en ik uiteindelijk nog steeds alles zelf moet doen.”
“En dat dat frustrerend is, kan ik me goed voorstellen. Je hebt ongelofelijk veel voor je kiezen gehad en dat is niet terug te draaien.”
“Nee, dus wat schiet ik er mee op?”
“Je schiet er in ieder geval niets mee op door weg te blijven en het er niet over te hebben.” Imke liet bewust een stilte vallen, die niet werd opgevuld. “Wat heb je nodig, Roos?”
Het leek of het meisje voor haar ogen brak.
“Ik kan niet meer,” fluisterde ze, en begon te huilen. “Zorg nou dat het stopt.”

Imke kende Roos nu een paar jaar. Steeds kwamen de gesprekken uit op de wens dat alles op zou houden, dat ze niet meer hoefde te vechten, maar ze krabbelde er toch steeds weer een beetje uit. Imke mocht haar. Thuis dacht ze vaak aan Roos en hoe het zou zijn als ze haar mee kon nemen. Als ze haar het thuis kon bieden dat ze zo gemist had. Maar zodra ze dichterbij kwam, zodra ze de kern van Roos’ pijn leken te raken in de gesprekken, trok het meisje een muur op. Dan kwam ze een paar weken niet, om vervolgens weer op te duiken alsof er niets gebeurd was. De laatste maanden was dat veranderd. Roos bleef somber.

Imke merkte dat ze er moeite mee had zich te concentreren op haar werk. Haar gedachten dwaalden geregeld af tijdens gesprekken. Vaak schoot het moment door haar hoofd van een paar jaar geleden, toen ze er achter kwam dat ze zwanger was. Even snel als een lang gekoesterde droom werkelijk leek te worden, kwam hier ook weer een eind aan.  De enige manier waarop ze toen een goede ouder kon zijn voor haar kind, was door er bij voorbaat niet aan te beginnen. Zonder partner, zonder werk: ze kon er niet voor zorgen. Het bewijs dat ze ooit de kans had gehad op een gezinsleven, lag in de vorm van een echofoto ergens onderin een la. Alles wat ze zo graag had willen geven, bleef diep vanbinnen opgepot, brandde als een niet te doven vuur in haar buik. Nu zou dit veranderen. Ze was vastbesloten om nu niemand in de steek te laten, zeker Roos niet, die alles had gemist wat Imke in overvloed te bieden had. Het was nog niet te laat. Alles zou anders worden.

***

De keuken in het studentenhuis voldeed aan alle clichés, inclusief een afwas van een week. Tot dit moment had Roos steeds uit het raam gestaard, maar nu draaide ze zich om en keek Imke aan. Ze hadden elkaar weken niet gezien. Imke had keer op keer nieuwe afspraken in laten plannen in haar agenda, maar steeds bleef de stoel waarin het meisje zich tijdens eerdere gesprekken in nestelde leeg. Haar afwezigheid maakte Imke even radeloos als vastberaden. Hoe kon ze haar loslaten? Ze wist zeker dat dit juist was wat Roos niet wilde. Imke’s voornemen op huisbezoek te gaan en de patstelling te doorbreken, bleef daardoor hardnekkig in haar hoofd hangen. Dus ging ze.
Er leek iets veranderd. Behalve de blik die ze de laatste maanden bij Roos had gezien die ze het best kon omschrijven als verslagenheid, schemerde er nu ook iets anders doorheen. Iets wat ze niet anders kon omschrijven dan treurig en klein. Zag ze angst?
“Kom,” doorbrak Imke het moment. Ze stond op, stak haar hand uit naar Roos die deze aanpakte en liep voor haar uit naar het kamertje aan de andere kant van de hal.
“Ik heb het koud.”
“Ga lekker liggen. Trek de deken over je heen, dan krijg je het wel weer warm.” Roos aarzelde.
“Toe maar.”
Ze liep op het bed af en ging op de rand zitten. Het leek alsof ze niet goed wist wat ze verder moest doen.
“Doe je schoenen maar uit. Dan kom ik zo bij je.”
Imke pakte haar rugzak die ze eerder al op het bureau had gezet. Roos volgde haar handelingen . Hoe ze spullen uit haar tas haalde en een fles omhoog hield.
“We gaan eerst wat drinken. Dat maakt het allemaal wat makkelijker.”
Ze zette de fles neer en haalde vervolgens twee limonadeglazen tevoorschijn. Ze draaide de dop van de fles en schonk beide glazen halfvol whisky. Met de glazen in haar hand liep ze op het meisje af en reikte er een aan.
“Ad fundum.” Imke hield het glas omhoog en wachtte tot Roos dit ook zou doen. Uiteindelijk hief ze haar glas en ze klonken de limonadeglazen. De hand van het meisje trilde.
“Het komt allemaal goed,” zei Imke. Ze ging naast Roos zitten en sloeg een arm om haar heen. Ze voelde dat het kleine lichaam verstijfde en onverwacht merkte Imke dat dit haar irriteerde. Ze deed toch alles voor haar? Zwijgend dronken ze het glas verder leeg.
“Imke?”
“Wat?”
“Ik…”
Imke voelde nog meer irritatie opkomen. Ze had gehoopt, nee, ze was er zelfs van overtuigd geweest, dat Roos opgelucht zou zijn. Ze zou ontroerd zijn, geraakt, omdat Imke nu zo daadkrachtig optrad en wars van alle protocol besloot voor haar te zorgen. Het zou haar direct duidelijk zijn dat Imke hiermee aangaf hoe bijzonder ze het meisje vond en hoezeer ze op haar gesteld was.
Het tegengestelde leek het geval. In plaats van het wegvallen van de grenzen binnen hun contact, waardoor ze had gehoopt dat er direct een diepe verbintenis zou ontstaan, voelde de afstand groter dan ooit. Dit irriteerde haar. Waarom was Roos nu zo gespannen en afstandelijk? Imke had jarenlang moeten aanhoren dat ze niet tegemoet kwam aan de wens van Roos, dat ze haar in de steek liet en niet goed luisterde door haar zo te laten vechten met zichzelf en na te laten iets te doen om de pijn weg te nemen. Ze deed nu toch precies wat zo vaak van haar was gevraagd?
Bij die gedachte merkte ze dat ze weer rustig werd. Ze moest nu sterk zijn en haar over de drempel helpen. Ze sprong op en haalde doosjes medicatie uit de rugzak. Het was niet moeilijk geweest er aan te komen. Imke wist precies wat ze de huisarts had moeten zeggen om het recept voor antidepressiva en slaaptabletten voorgeschreven te krijgen. Een wekenlang aanhoudende sombere stemming, slaapproblemen, verminderde eetlust. Ze kon het rijtje uit haar hoofd opdreunen en wist dat het opsommen van deze klachten haar huisarts zou doen besluiten om de diagnose depressie te stellen. En hoeveel hiervan was ook niet daadwerkelijk op haarzelf van toepassing? Er was – inclusief de plechtige belofte dat ze zelf een therapeut zou zoeken om er verder over door te praten – niet meer dan tien minuten voor nodig voor ze met het recept in haar hand weer buiten stond.
Imke schudde de gedachte hieraan van zich af. Het ging nu immers niet om haar, maar om Roos. Ze schonk opnieuw een glas vol en begon pillenstrips leeg te drukken boven het bureau. De tekst ‘pas op met alcohol’ op de gele stickers op de doosjes negeerde ze bewust. Ze veegde de pillen bij elkaar op een hoopje, schoof ze over de rand van het bureau en liet ze in haar hand vallen. Met twee stappen was ze bij Roos en ging naast haar zitten.
“Hou je hand maar op.” Imke gaf haar de pillen en het glas.
“Als je er zoveel mogelijk per keer doorslikt, heb je ze vlot allemaal binnen. Dan heb je dat maar gehad.” Imke dacht opnieuw aarzeling te zien.
“Vind je me aardig?” vroeg Roos onverwacht.
“Natuurlijk! Waarom denk je dat ik dit anders voor je doe?”
Er viel een stilte. Imke keek om zich heen en haar ogen bleven hangen bij de foto’s boven het bed.
“Ik wil je helpen,” zei ze, zonder het meisje naast haar aan te kijken. “Zo lang ik je ken, voel je pijn. Pijn die ik steeds niet voor je weg kon nemen. Ik was bang, weet je. Bang om je dichtbij te laten, om dichtbij jou te komen en om keuzes te maken.” Ze zuchtte en keek Roos aan.
“Nu weet ik het zeker. Je leven lang heb je gevochten en daar heb je me meerdere keren over verteld. Je bent een vechter en dat zie ik nu beter dan ooit. Je hebt steeds geprobeerd de façade op te houden, te doen of je een leven kon leiden als ieder ander. Maar je bent niet als anderen,want ik weet wie je bent. Ik weet dat er achter dat masker niets anders zit dan een wereld die kapot is, onherstelbaar vernietigd. Leven zal voor jou niets anders zijn dan dag in dag uit die pijn voelen. Dat is geen leven. Dat is levend dood zijn. Geen studie, geen zonnige dagen op een terras, niets kan dit veranderen. Ik kan dat niet aanzien. Ik wil je pijn wegnemen, het stoppen.”
Roos keek van opzij naar Imke, die naar haar knipoogde, toen naar haar hand met de pillen en bracht deze naar haar mond. Ze gooide ongeveer de helft naar binnen en nam een slok. Daarna de tweede helft. Imke pakte het glas van Roos aan. Er zat nog een bodempje whisky in. Opnieuw stond Imke op. Uit de rugzak haalde ze een klein flesje waar normalerwijs shots in worden verkocht, maar dat nu gevuld was met GHB. Partydrug nummer één onder jongeren. In kleine hoeveelheden zorgt het voor een aangename roes, in hogere dosering voor coma. Imke gooide het hele flesje leeg in het bodempje whisky. In één teug sloeg Roos de inhoud van het glas achterover, trok haar benen onder zich op het matras en legde haar hoofd op de schoot van Imke. Ze huilde.

***
Halverwege de nacht was Roos onverwacht weer bij gekomen, net toen Imke was ingedommeld. Ze was gaan braken, had met haar armen om zich heen gemaaid, waardoor alles van haar nachtkastje met een klap op de vloer was beland. Het limonadeglas was op het laminaat uit elkaar gespat. Imke was zich rot geschrokken. De steeds oppervlakkiger wordende ademhaling van het meisje had haar verzekerd dat het snel voorbij zou zijn. Dit kon niet! Het kronkelende meisjeslichaam leek uit bed te willen kruipen, begon te vechten, maar Imke had haar greep verstevigd. Ze liet niet los. Ook niet toen Roos haar nagels in de armen van Imke had geslagen.
“Mama!” had het meisje geroepen.
Imke had een kussen gepakt. Nooit had ze zich zekerder van zichzelf gevoeld dan in deze nacht.
“Mama is hier,” had ze sussend gesproken. “Rustig maar, alles komt goed.”

Joshua - Na vandaag

Joshua - Na vandaag

Kirril Schreiber - Na vandaag

Kirril Schreiber - Na vandaag